**1..** Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet of IOAW/IOAZ, bedraagt de aflossingscapaciteit vijf procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan wel de netto grondslag, per maand inclusief vakantietoeslag, rekening houdende met het gestelde in artikel 12 van deze beleidsregel.
**2..** In afwijking van het eerste lid bedraagt de aflossingsverplichting bij een verwijtbare vordering tien procent.
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt in geval van beslaglegging door een derde (andere schuldeiser dan burgemeester en wethouders), de aflossingsverplichting voor alle vorderingen bepaald op tien procent van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, dan wel de netto grondslag, per maand inclusief vakantietoeslag.
**4..** De aflossingsverplichting bedraagt nooit meer dan het bedrag dat voor beslag in aanmerking zou komen, zijnde de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d, eerste en tweede lid, Rv.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11
Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbende met een bijstandsuitkering, IOAW en IOAZ.
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW en IOAZ Goeree-Overflakkee