Onverminderd het bepaalde in artikel 60c, Participatiewet, artikel 42, Bbz 2004 en artikel 29a, IOAW/IOAZ verlenen burgemeester en wethouders medewerking aan een schuldregeling indien:
redelijkerwijs is te voorzien dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
Het besluit tot het geheel of gedeeltelijk afzien van (verdere) terugvordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling tot stand is gekomen.
De in het tweede lid genoemde schuldregeling dient tot stand gekomen te zijn door een persoon of organisatie die ook daadwerkelijk volgens geldende kwaliteitseisen in staat geacht mag worden een goede en evenwichtige schuldregeling te kunnen treffen.
Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien:
niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid;
de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichting ondanks eerdere waarschuwing niet nakomt; dan wel
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Afzien van (verdere) terugvordering bij schulden
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee