Naar hoofdinhoud
Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid, Participatiewet en artikel 28, tweede lid, IOAW/IOAZ en ongeacht de in artikel 8 genoemde betalingstermijn gaan burgemeester en wethouders op grond van artikel 6:127 BW, indien mogelijk, meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de Participatiewet, IOAW of IOAZ. Op grond van de bestaande verrekeningsmogelijkheid wordt een bedrag dat aan belanghebbende moet worden nabetaald aangewend ter aflossing van de vordering zoals die is beschreven in de beschikking. Ten aanzien van een vordering, die opeisbaar is geworden als gevolg van het niet-nakomen van een betalingsverplichting die verbonden was aan eerder verstrekte leenbijstand, vindt verrekening onverkort plaats overeenkomstig dit artikel. Na inwerkingtreding van de verordening ‘Wet Inburgering 2021’ of vergelijkbare titel wordt een opgelegde bestuurlijke boete in het kader van de Wet inburgering 2021 verrekend met de uitkering in het kader van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel