Naar hoofdinhoud
De meeste geurstoffen zijn al te ruiken bij hele lage concentraties. Deze lage concentraties geven over het algemeen nog geen gezondheidseffecten ten gevolge van toxische eigenschappen van de stof. Echter kunnen er door de waarneming van de stof wel al gezondheidseffecten teweeg worden gebracht. Dit kunnen zijn: (ernstige) hinder, verstoring van gedrag en activiteiten, stress-gerelateerde klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, benauwdheid en misselijkheid. Geurbelasting is sterk afhankelijk van een groot aantal persoonsgebonden- en omgevingsfactoren die de relatie beïnvloedt. Deze factoren bestaan uit geurkarakteristieken, demografische en sociaaleconomische kenmerken en persoonsgebonden en cognitieve kenmerken. In de handreiking Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) worden waarden genoemd die bij de beoordeling van de geurbelasting gehanteerd kunnen worden. De Gezondheidsraad stelt in haar advies dat zowel eerdere geurnormen als de huidige adviesnormen in de Wgv niet gebaseerd zijn op een blootstelling-responsrelatie. Volgens de commissie is het hoog tijd de wetgeving en handhaving op dit gebied wetenschappelijk steviger te funderen. Dat vraagt om nader onderzoek (Gezondheidsraad, 2012). Bureau GMV van de GGD’en Brabant/Zeeland en het IRAS van Universiteit Utrecht onderzochten in 2012 en 2013 de relatie tussen de cumulatieve geurbelasting afkomstig van veehouderijen en de ervaren geurhinder (Geelen et al., 2015). De dosis-effect relaties uit het onderzoek van Geelen et al. en het eerder uitgevoerde PRA onderzoek zijn helaas niet vergelijkbaar. Daarnaast is het zo dat de normen uit de Wgv niet zijn gebaseerd op een dosis-effect relatie maar op de wens van de Tweede Kamer om de uitbreidingsruimte voor de veehouderij in stand te houden, op het niveau van de Wet stankemissie en veehouderij. Gemeenten die een eigen geurverordening opstellen maken vaak gebruik van de dosis-effect relatie uit het PRA-onderzoek. In het kennisbericht Geur van het Kennisplatform Veehouderij en Humane Gezondheid staat meer informatie over de verschillen tussen het PRA en het GGD/IRAS onderzoek[8]. Het ondersteuningsteam wijst erop dat wanneer advies aan de GGD gevraagd wordt, de GGD haar advisering baseert op de onderzoeksresultaten van het GGD/IRAS onderzoek, ondanks het feit dat de Wet Geurhinder Veehouderij juridisch leidend is. [8] Kennisbericht Geur. Versie 1, mei 2017. Kennisplatform Veehouderij en Humane Gezondheid. http://www.kennisplatformveehouderij.nl/Thema_s/Geur

Rechtspraak bij dit artikel