Naar hoofdinhoud

Artikel 2.3.4

Zoönosen en resistente bacteriën:

Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0

Veehouderij roept bij veel mensen de angst voor zoönosen op. Dat is te begrijpen omdat er in 2007-2010 veel omwonenden van besmette geitenhouderijen ziek zijn geworden door Q-koorts. Een aantal mensen is overleden en ook zijn er mensen die tot op de dag van vandaag nog klachten van hun besmetting ondervinden. Door maatregelen tegen Q-koorts, waaronder vaccinatie van schapen en geiten, is het risico voor omwonenden zeer sterk gereduceerd. Na de Q-koortsuitbraak is er een landelijke overlegstructuur ingesteld om signalen van zoönosen, sneller dan in het verleden, om te kunnen zetten naar maatregelen om zieken te voorkomen. Overdracht van zoönosen vindt meestal plaats via voedsel of door contact met dieren of mest. Ziekteverwekkers die zich via de lucht verspreiden (zoals Q-koorts en aviaire influenza) zouden voor omwonenden een risico kunnen opleveren, met name tijdens uitbraken omdat er dan grote hoeveelheden micro-organismen op het bedrijf zijn. Er is onderzoek gedaan naar een aantal zoönotische ziekteverwekkers die bij veehouderijen voorkomen. Niet alle resultaten van onderzoeken zijn al bekend en ook zijn verschillende verwekkers nog niet onderzocht, bijvoorbeeld omdat er geen geschikte test voorhanden is. Uit het VGO-onderzoek blijken gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen veroorzaakt te worden door fijnstof en endotoxinen en niet door de onderzochte zoönosen. Verschillende ziekteverwekkers, zoals Hepatitis E, Clostridium difficile en resistente ESBL-bacteriën, komen niet vaker voor bij mensen die dichtbij veehouderijen wonen dan bij mensen die daar verder vandaan wonen. Een goede diergezondheid is erg belangrijk want als een ziekteverwekker niet op het bedrijf voorkomt, kan ook niemand ermee besmet raken. Dieren kunnen echter micro-organismen bij zich dragen waar zij zelf geen ziekteverschijnselen van krijgen maar die bij mensen wel klachten kunnen veroorzaken. Hygiënemaatregelen dragen bij aan een goede diergezondheid en kunnen waarschijnlijk ook bijdragen aan het beperken van transmissie binnen de veestapel en naar mensen wanneer er toch een zoönotische ziekteverwekker bij de dieren voorkomt. Voor meer informatie over zoönosen en hoe deze te beheersen wordt verwezen naar het kennisbericht “Zoönosen” van het Kennisplatform Veehouderij en Humane Gezondheid[10]. Bij ontwikkeling of planvorming van veehouderijbedrijven is het belangrijk om mogelijke gezondheidseffecten in een risico-inventarisatie en -evaluatie af te wegen, rekening houdend met de lokale omstandigheden. De Gezondheidsraad (2008) adviseert hierbij om onder andere ‘op de situatie toegesneden met onzekerheden om te gaan’. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR, 2014) pleit daarnaast voor het inzetten van de zorgplicht, waarbij risico nemende partijen moeten aantonen dat zij verantwoordelijk te werk gaan. [10] Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid – Kennisbericht “Zoönosen”. Geraadpleegd van: http://www.kennisplatformveehouderij.nl/Thema_s/Zoönosen:273310

Rechtspraak bij dit artikel