Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Criteria inzake de relatie met de ouders

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Schiedam 2019

1.. De houder zorgt ervoor dat ouders van peuters nadrukkelijk worden betrokken bij de peuteropvang. Er is sprake van een gericht ouderbeleid dat mimimaal voldoet aan de daaraan door de Inspectie van het Onderwijs gestelde voorwaarden en conform het wettelijk kader kinderopvang. 2.. De houder int de bijdragen voor de deelname van hun kind(eren) aan de peuteropvanggroep bij de ouders. 3.. De houder biedt ouders van een VVE doelgroeppeuter, die recht hebben op kinderopvangtoeslag, slechts gebruik van de peuteropvanggroep aan, indien zij een maximaal uurtarief betalen wat lager of gelijk is aan het fiscaal maximale uurtarief voor de kinderopvangtoeslag. 4.. De houder brengt bij ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening volgens een ouderbijdragetabel die jaarlijks vastgesteld wordt door het college. Voor de berekening van de hoogte van deze inkomensafhankelijke ouderbijdrage, worden de eigenbijdragepercentages en inkomensgroepen van de kinderopvangtoeslagtabel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangehouden. 5.. Voor de in het vierde lid genoemde berekening maakt de houder gebruik van de door de ouders aan de houder overgelegde inkomensverklaring van de Belastingdienst waarmee de ouders verklaren geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag. 6.. Ouders die hiervoor in aanmerking komen, worden door de houder gewezen op de regeling eigen bijdrage peuteropvang vanaf 2,5 jaar van Stroomopwaarts.

Rechtspraak bij dit artikel