Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 15

Vervoer naar ziekenhuis/medisch specialist in verband met een behandeling

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2018

1.. Het college verleent bijzondere bijstand voor de kosten van het vervoer aan personen die deze vervoerskosten hebben vanwege de noodzaak van herhaalde medische behandelingen in een ziekenhuis of een andere behandelingsinstelling in Nederland, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De kosten van de medische behandeling waarvoor reiskosten worden gemaakt, dienen vergoed te worden op grond van de Zvw of de Wlz. Het ziekenhuis of de instelling waar de behandeling plaatsvindt, is de dichtstbijzijnde optie voor de behandeling. De belanghebbende moet dus gebruik maken van de meest dichtstbijzijnde optie, omdat gekozen moet worden voor het meest goedkope adequate alternatief. Dat een belanghebbende een sterke voorkeur heeft voor een bepaalde behandellocatie doet hier niets aan af. 2.. De bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt verleend vanaf de vijfde behandeling per kalenderjaar, met een maximum van twaalf behandelingen per kalenderjaar. De reiskosten voor de eerste vier behandelingen en vanaf de dertiende behandeling per kalenderjaar moet de belanghebbende zelf betalen. 3.. Het college verleent in principe alleen bijzondere bijstand voor reiskosten, indien de enkele reisafstand vanaf het woonadres naar de plaats van bestemming meer dan 10 kilometer bedraagt. Bij een medische behandeling kan hiervan om medische of sociale reden gemotiveerd van worden afgeweken. 4.. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van het reguliere openbaar vervoer tarief 2e klas voor het goedkoopst mogelijke traject. 5.. In afwijking van het tweede lid wordt de hoogte van de bijzondere bijstand bepaald op basis van de kortste route en een kilometervergoeding die gelijk is aan het in artikel 13, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting genoemde bedrag, indien de belanghebbende met de auto reist én het reizen met het openbaar vervoer niet de goedkoper is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel