Naar hoofdinhoud
1.. Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht van de belanghebbende en zijn gezin, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. 2.. De draagkracht bedraagt 35% van het draagkrachtinkomen plus 100% van het draagkrachtvermogen. 3.. In afwijking van het tweede lid bedraagt de draagkracht 100% van het draagkrachtinkomen plus 100% van het draagkrachtvermogen bij bijzondere bijstand voor bepaalde periodieke kosten die betrekking hebben op algemeen noodzakelijke bestaanskosten. 4.. In afwijking van het tweede lid wordt bij personen die bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag ontvangen aangenomen dat er geen draagkrachtvermogen aanwezig is.

Rechtspraak bij dit artikel