Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vergaderingen

Onderdeel van Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit

1.. De vergaderingen van de commissie zijn in principe openbaar. De vergadering is besloten indien de meerderheid van het aantal aanwezige leden daarom verzoekt en na instemming daarmee door de verantwoordelijke portefeuillehouder of indien burgemeester en wethouders dat nodig oordelen. Burgemeester en wethouders en de gemeentesecretaris kunnen de besloten vergaderingen als toehoorder bijwonen. 2. . De commissie vergadert in principe één keer per maand of zo dikwijls als burgemeester en wethouders dit nodig achten. Ten minste drie commissieleden kunnen schriftelijk en onder opgaaf van redenen aan de verantwoordelijk portefeuillehouder verzoeken om toestemming voor een andere vergaderfrequentie. 3. . Als uitgangspunt wordt een vergadering gehouden met ten minste vier commissieleden. Adviezen worden genomen bij meerderheid van stemmen. De minderheid kan vorderen, dat haar afwijkende mening uit het advies blijkt. Indien voor de vergadering blijkt dat één of twee van de leden is/zijn verhinderd en niet (direct) voor de vergadering kan worden gezorgd voor vervanging, kan de vergadering plaatsvinden met de andere leden. Indien bij die leden een meningsverschil ontstaat over de inhoud van een advies of als de aanwezige leden, volgens hen zelf, niet of onvoldoende kunnen voorzien in de voor de advisering nodige deskundigheid, wordt het definitieve advies pas opgesteld nadat ook advies is ingewonnen bij de verhinderde leden of hun plaatsvervangers. Indien slechts één commissielid aanwezig is, wordt de vergadering niet gehouden. 4. . Kan als gevolg van het onder lid 3 gestelde een vergadering niet doorgaan, dan wordt zo mogelijk met een tussentijd van ten minste 24 uur een nieuwe vergadering belegd. Wanneer ook dan het vereiste aantal leden niet is opgekomen, wordt over de op de agenda vermelde onderwerpen geadviseerd door het aanwezige lid, indien burgemeester en wethouders dit wensen. 5. . Het college van burgemeester en wethouders danwel de commissie met instemming van de verantwoordelijke portefeuillehouder kan omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken, die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding wordt zowel door de leden, die bij de behandeling aanwezig waren, als door de ingevolge artikel 2 lid 5 aanwezigen, in acht genomen tot de geheimhouding wordt opgeheven door het college of door de commissie na instemming van de verantwoordelijke portefeuillehouder. 6. . De commissie komt tot een onafhankelijk advies. Een commissielid dat ten aanzien van enig onderwerp tijdens de vergadering direct of indirect zodanig betrokken is dat er sprake is van strijdige belangen, waardoor de objectiviteit van de commissie kan worden geschaad, doet hiervan mededeling aan de voorzitter en andere aanwezige leden. Als de andere leden zulke strijdige belangen aanwezig achten is het aan het desbetreffende lid niet toegestaan om als zodanig gedurende de behandeling van het desbetreffende onderwerp deel te nemen aan de vergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel