Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 6

Intrekken vergunning

Onderdeel van STANDPLAATSENBELEIDGEMEENTE WESTERVELD 2018

Onverminderd de intrekkingsgronden uit de APV bepaalde in artikel 1.6, kan een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd als: de vergunninghouder de vergunning opzegt; de vergunninghouder in strijd handelt met enige aan de vergunning verbonden voorwaarde; zich alsnog een weigeringsgrond voordoet wegens nieuwe feiten of gewijzigde inzichten; de vergunning niet (langer) gebruikt wordt overeenkomstig de gegevens en uitgangspunten die ten grondslag lagen aan de beslissing op de aanvraag, waaronder begrepen een wezenlijke verandering van de aard van de aangeboden diensten of producten of van de kraam; veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel; de vaste standplaats gedurende drie achtereenvolgende maanden of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen, gevallen van overmacht uitgezonderd; de vergunninghouder zijn bedrijf beëindigt, de vergunninghouder failleert of overlijdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel