**1..** Aan een parkeervergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
Een parkeervergunning is alleen geldig voor het parkeren met een motorvoertuig waarvan het kenteken is geregistreerd als zijnde het kenteken waaronder de vergunning is verleend;
Tijdens het parkeren moet de parkeervergunning van aanvang aan in het motorvoertuig aanwezig zijn en met de zijde waarop het kenteken staat vermeld naar boven, op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit zijn geplaatst (tenzij de vergunning digitaal is verleend);
Tijdens het parkeren moet op de kraskaart de parkeertijd - conform de gebruiksaanwijzing – zijn aangegeven en moet de kaart duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig zijn geplaatst (tenzij de kraskaart elektronisch is verleend).
Als één of meer van genoemde voorschriften niet wordt nageleefd, wordt dit voor de uitvoering van deze verordening beschouwd als parkeren zonder vergunning.
**2..** Een parkeervergunning geldt voor het parkeren met een motorvoertuig op één belanghebbenden- of parkeerapparatuurplaats.
Hoofdstuk
Artikel 8
Voorschriften voor gebruik van vergunningen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent parkeren Zeist Parkeerverordening Zeist 2019