Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Handhavingsrichtlijn

Onderdeel van Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Gemeente De Fryske Marren 2018

Handhavingsrichtlijn in geval van aanwezigheid van een middel genoemd in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet in een lokaal en/of bijbehorende erven zoals bedoeld in artikel 3.1: 1e Constatering verkoop van of aanwezigheid van een handelshoeveelheid van een middel zoals genoemd in lijst I en/of lijst II in een lokaal en/of bijbehorende erven leidt tot last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet inhoudende sluiting van ten minste 3 maanden. 2e Constatering verkoop van of aanwezigheid van een handelshoeveelheid van een middel zoals genoemd in lijst I en/of lijst II in een lokaal en/of bijbehorende erven leidt tot last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet inhoudende sluiting van ten minste 6 maanden. Indien sprake is van een ernstige situatie kan afgeweken worden van de sluitingstermijnen zoals gesteld in artikelen 6.1a en 6.1b. Handhavingsrichtlijn in geval van aanwezigheid van een middel genoemd in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet in een woning en/of bijbehorende erven zoals bedoeld in artikel 3.2: 1e Constatering van verkoop van of aanwezigheid van een middel zoals genoemd in lijst I en/of lijst II leidt tot een waarschuwing tenzij sprake is van een ernstige situatie zoals bedoeld in artikel 7 van deze beleidsregels. In het geval van een ernstige situatie leidt dat tot een last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet inhoudende sluiting van ten minste 3 maanden. 2e Constatering van verkoop van of aanwezigheid van een middel zoals genoemd in lijst I en/of lijst II binnen twee jaar na eerste constatering leidt tot last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet inhoudende een sluiting van minimaal 3 maanden en maximaal 12 maanden. Daarbij dient de ernst van de situatie zoals bedoeld in artikel 7 van deze beleidsregels meegewogen te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel