Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders/leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe (artikel 2 lid1; 22).
Het college hanteert het volgende beleid:
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk, voor de rest of een deel van het schooljaar definitief de toegang tot dit vervoer ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door verwijtbaar gedrag de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt.
Daarbij hanteert het college de volgende procedure:
**1..** Na melding van de klacht bij het college wordt een onderzoek gestart vanuit de ambtelijke organisatie.
Er wordt gesproken met het vervoersbedrijf, de chauffeur, de ouders en de school.
Als hierna is gebleken dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling volgt een eerste waarschuwingsbrief door het vervoersbedrijf aan de ouders.
Het college ontvangt hiervan een kopie.
**2..** Bij een volgende klacht wordt stap 1 herhaald en volgt een 2e waarschuwingsbrief door het vervoersbedrijf aan de ouders. Het college ontvangt hiervan een kopie. Het college stuurt hierna eveneens een waarschuwingsbrief aan de ouders. Eventueel organiseert het college een gesprek met de ouders.
**3..** Bij een volgende gegronde klacht binnen hetzelfde schooljaar is het college gerechtigd de leerling tijdelijk, tot het einde van het schooljaar of definitief uit het vervoer te verwijderen. De ouders worden hierover gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld en kunnen tegen dit besluit bezwaar maken.
Artikel 2
Ontzeggen van de toegang tot het leerlingenvervoer
Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer 2014