**1.** Het commissielidmaatschap en voorzitterschap eindigen uiterlijk bij einde van de zittings-periode van de raad.
**2.** Een commissielid, raadslid zijnde, dat tussentijds ophoudt lid van de raad te zijn, verliest ook zijn lidmaatschap van de raadscommissie en – zo van toepassing – zijn hoedanigheid van voorzitter. Het voorzitterschap eindigt bovendien bij verlies van het lidmaatschap, of plaatsvervangend lidmaatschap, van het presidium.
**3.** Een burgerlid verliest tussentijds – en, tenzij uit een hierna bedoeld schriftelijk bericht anders blijkt, met onmiddellijke ingang - zijn commissielidmaatschap:
**-.** wanneer hij zelf schriftelijk kenbaar maakt het commissielidmaatschap tussentijds te willen beëindigen; of
**-.** wanneer hij niet meer voldoet aan de wettelijke vereisten voor een lidmaatschap van de raad; of
**-.** wanneer de gemeenteraadsfractie, die hem heeft voorgedragen, aan de raad schriftelijk mededeelt, dat zij zijn burgerlidmaatschap tussentijds als beëindigd wil zien;
**-.** wanneer hij naar het oordeel van de raad niet of ongenoegzaam als commissielid functioneert of kan functioneren.
Artikel 10
Termijn commissielidmaatschap en voorzitterschap
Onderdeel van Raadscommissieverordening 2004