De raad kan burgerleden benoemen met inachtneming van hetgeen in de leden 2 en 3 is bepaald.
Elke gemeenteraadsfractie heeft recht op ten hoogste drie burgerleden.
Wanneer een gemeenteraadsfractie van dit recht gebruik wil maken, richt zij zich daartoe schriftelijk tot de raad onder overlegging van genoegzame gegevens voor toetsing aan de in lid 3 vermelde voorwaarden.
Agendering vindt plaats voor de – zo mogelijk eerstvolgende – raadsvergadering.
3Voor benoeming tot burgerlid kunnen slechts in aanmerking komen personen:
a die voldoen aan de wettelijke vereisten voor een lidmaatschap van de raad; en
b van wie schriftelijk worden vermeld elke functie, alsmede elke nevenfunctie.
4De gemeenteraadsfracties informeren de raad schriftelijk zodra voor enig voor haar benoemd burgerlid:
a niet meer wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een lidmaatschap van de raad; en/of
b een wijziging of uitbreiding is opgetreden van functie(s) of nevenfunctie(s).
5Artikel 14 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op burgerleden. Voor het in dat artikel voorkomende woord “raad” wordt daarvoor steeds gelezen “raadscommissie”. De eed of verklaring en belofte wordt/worden afgelegd in een raadsvergadering.