1. De aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd, te weten:
a. voor de leden van het college van burgemeester en wethouders:
voor de periode dat zij deel uitmaken van het bestuur;
b. voor een burger die als buitengewoon ambtenaar wordt aangesteld:
een eerste aanstelling voor een periode van een jaar. Daarna kan de aanstelling tweemaal worden verlengd met een periode van vijfjaar, tot uiterlijk het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd;
c. een burger die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd als buitengewoon ambtenaar wordt aangesteld:
een tijdelijke aanstelling voor de periode van een jaar, waarna verlenging steeds met een jaar mogelijk is.
2. Een aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege.