Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor pgb bij een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2019

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Het pgb wordt door het college vastgesteld op basis van de voor de cliënt geldende ondersteuningsbehoefte, intensiteit en duur om het gewenste resultaat te behalen. 3.. De cliënt dient een plan in waarin wordt beschreven hoe het resultaat wordt bereikt en besteding van het pgb dat door de cliënt of diens vertegenwoordiger is opgesteld; 4.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 5.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van een tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 6.. Het college kan afwijken van het uitgangspunt onder lid 5 indien de budgethouder overtuigend kan aantonen dat het pgb niet toereikend is om tot een met natura vergelijkbare compensatie te komen. 7.. De aanwending van een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangevangen ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 8.. De tarieven voor het pgb worden afgeleid van de vastgestelde tarieven die gehanteerd worden voor zorg in natura (ZIN). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele ondersteuning (ondersteuning vanuit het sociaal netwerk). De volgende pgb-tarieven/bedragen zijn vastgesteld: Voor een aanbieder die bedrijfsmatig ondersteuning verleent (professionele ondersteuning), bedraagt de vergoeding 85% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. Als het ondersteuning betreft die valt onder “wonen en verblijf’ is de vergoeding 100% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; Voor een persoon uit het sociale netwerk bedraagt de vergoeding (maximaal) € 20,- per uur/dagdeel per persoon voor begeleiding en €65,- per etmaal per persoon voor waar het gaat om wonen en verblijf. 9.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: deze persoon hiervoor een lager tarief krijgt betaald voor zijn diensten dan het vastgestelde tarief voor professionele ondersteuning tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 10.. Het college bepaalt bij nadere regeling aan welke eisen de kwaliteit van de geleverde zorg, welke wordt ingekocht met het pgb, moet voldoen. 11.. Geen pgb wordt verstrekt: wanneer uit het pgb-plan zoals bedoeld onder 2 blijkt, dat de kwaliteit van de hulp onvoldoende gewaarborgd is dan wel niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in lid 10; wanneer uit het pgb-plan onvoldoende blijkt, dat het vastgestelde resultaat wordt bereikt met het beschikbare budget; als de cliënt het pgb niet zelf kan beheren en de beoogd pgb-beheerder dezelfde persoon/instelling is als de beoogd zorg-/hulpverlener.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel