In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1 aanhef en onder a Wet natuurbescherming.
Beschermde houtopstand: houtopstanden die staan vermeld op de Groene Kaart.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
bomeneffectanalyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand.
boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 30 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 30 cm geldt geen minimale stamomtrek bij toepasbaarheid van artikel 13 van deze verordening.
boomdeskundige: een deskundige in bezit van minimaal een door een erkend instituut afgegeven certificaat European Tree Worker.
boomkroon: bovenste gedeelte van een houtopstand. De kroon omvat de takken met bladeren en wordt gedragen door de stam van de houtopstand.
boomwaarde: de monetaire of vervangingswaarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
college: het college van burgemeester en wethouders gemeente Meierijstad.
dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende bomen.
Gemeentelijk Groenfonds: gemeentelijk compensatiefonds met daarin geoormerkte gelden die bestemd zijn voor het herplanten van houtopstanden.
Groene Kaart: door het college vastgestelde kaart met daarop aangewezen Beschermde houtopstanden.
haag/heg: een lijnvormig landschapselement waarbij struiken of bomen op korte afstand van elkaar in één of meerdere rijen geplant zijn. Een haag/heg wordt één of meerdere keren per jaar geschoren.
hakhout: een beplanting van loofhoutopstand die dicht bij de grond periodiek wordt teruggezet/gesnoeid, zodanig dat de stobben opnieuw kunnen uitlopen.
Hoofdgroenstructuur: op Groene Kaart vermelde structuur.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers of andere houtachtige gewassen.
houtsingel: een lijnvormig landschapselement dat meestal bestaat uit één of meerdere rijen inheemse struiken waartussen één of meer rijen inheemse bomen staan. Een houtsingel kan ook alleen uit struik- of boomvormers bestaan.
houtwal: een op een aarden wal staand lijnvormig landschapselement dat meestal bestaat uit één of meerdere rijen inheemse struiken waartussen één of meer rijen inheemse bomen staan. Een houtwal kan ook alleen uit struik- of boomvormers bestaan.
kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien van de houtopstand.
knotten: het afzagen van de kroon van de houtopstand.
kweekgoed: houtopstanden, gekweekt door rechtspersoon en bedoeld voor verkoop.
landschapselement: houtopstand buiten de bebouwde kom, die een rij, haag/heg, houtwal, houtsingel, hakhout of struweel met een minimale lengte van 10 m of een minimale oppervlakte van 50 m2, tot een maximale oppervlakte van 1.000 m2. Rijbeplanting bevat niet meer dan 20 houtopstanden, gerekend over het totaal aantal rijen.
Monumentale houtopstand: houtopstand die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Groene Kaart.
struweel: een landschapselement met 1 m tot 6 m hoge houtopstanden, mogelijk aangevuld met hogere bomen.
terugzetten: het voor periodiek regulier onderhoud dicht bij de grond snoeien van een beplanting van loofhoutopstand, zodanig dat de stobben opnieuw kunnen uitlopen.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de boomkroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten: het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Waardevolle houtopstand: houtopstand die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Groene Kaart.
Wijkgroenstructuur: op Groene Kaart vermelde structuur.
zelfstandige eenheid houtopstanden: houtopstanden die in ruimtelijke zin een aaneengesloten geheel vormen.