Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Re-integratieverordening Haaksbergen (4.6c)

Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: een persoon behoort tot de doelgroep conform artikel 7, lid 1, sub a of de doelgroep zoals beschreven in artikel 10d, lid 2 van de wet; die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid het minimum uurloon te verdienen, en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Het college kan bij de vaststelling of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort zich laten adviseren door een externe deskundige. Deze adviseur neemt daarbij de in het tweede lid van dit artikel neergelegde criteria in acht. Het college verstrekt de subsidie alleen als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het college stelt de loonwaarde van een persoon vast aan de hand van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet en de daarop gebaseerde Regeling loonkostensubsidie Participatiewet. Een deskundige adviseert het college op basis van een gevalideerde methode over de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De deskundige neemt daarbij de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde voorschriften in acht. Het college kan in overleg met de werkgever vaststellen dat de vaststelling van de loonwaarde gedurende maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking achterwege kan blijven (artikel 10d, eerste lid, onder b van de wet en artikel 10d, vijfde lid van de wet) en in deze periode een forfaitaire loonkostensubsidie wordt verstrekt. Het college stelt nadere regels over het verstrekken van loonkostensubsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel