**1.** De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin belanghebbende(n) en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
**2.** Indien de voorzitter besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan belanghebbende(n) en het bestuursorgaan.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2:
Artikel 10