Naast de in artikel 7:13, lid 4 van de wet genoemde bevoegdheden, worden de bevoegdheden die volgen uit onderstaande artikelen van de wet, voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn, waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld.;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:2, tweede lid;
artikel 7:4, tweede lid;
artikel 7:6, vierde lid.
artikel 7:10, vierde en vijfde lid, gedurende de periode dat het bezwaar bij de commissie in behandeling is en het advies van de commissie nog niet is verzonden.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2:
Artikel 7