**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onder a, wordt overeenkomstig de aangifte betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de belasting overeenkomstig de aangifte betaald uiterlijk binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of via de Deurnepas inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onder b, wordt overeenkomstig de aangifte betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**4..** Een naheffingsaanslag moet onmiddellijk worden betaald.
Artikel 7