Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 10

Hoogte bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels Kwijtscheldingsregeling Gemeentelijke Belastingen 2017

1.. De boete bedraagt maximaal 100% van het benadelingsbedrag als schending van de inlichtingenplicht heeft geleid tot een benadelingsbedrag. 2.. Heeft de schending van de inlichtingenplicht niet geleid tot een benadelingsbedrag en wordt niet volstaan met een waarschuwing, dan bedraagt de boete € 150,-. 3.. Er is sprake van recidive als: de schending van de inlichtingenplicht heeft geleid tot een benadelingsbedrag; en binnen een tijdvak van 5 jaar voorafgaand aan de dag van de schending inlichtingenplicht een eerdere boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit dezelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. De boete bedraagt in dit geval maximaal 150% van het benadelingsbedrag. 4.. Nadat de maximale hoogte van de boete is vastgesteld moet altijd worden beoordeeld of er reden is om dit bedrag afwijkend vast te stellen. Bij die beoordeling wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de omstandigheden ten tijde van de boeteoplegging. 5.. Op grond van de indringende evenredigheidstoets geldt, in het kader van de verwijtbaarheid, het volgende als uitgangspunt bij bepaling van de hoogte van de boete: opzet aantoonbaar, 100% van het benadelingsbedrag; grove schuld, 75% van het benadelingsbedrag; geen opzet en geen grove schuld, 50% van het benadelingsbedrag; verminderde verwijtbaarheid op grond van de criteria van artikel 2a Boetebesluit of om een andere reden sprake is van verminderde verwijtbaarheid, 25% van het benadelingsbedrag. 6.. Bij recidive gaat het om 150% van het benadelingsbedrag zoals bedoeld in het vijfde lid onder a, b, c of d. 7.. Als de maximale boete is vastgesteld conform het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid moet beoordeeld worden of er reden is om dit bedrag afwijkend vast te stellen. Er moet dan gekeken worden naar de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de omstandigheden van de belanghebbende tijdens de boeteoplegging (bijvoorbeeld: psychische gesteldheid). 8.. In het kader van de indringende evenredigheidstoets moet ook worden beoordeeld of de boete evenredig is gelet op de draagkracht van de belanghebbende. In verband hiermee moet de hoogte van de boete zodanig worden begrensd dat de belanghebbende bij een fictieve draagkracht de boete in elk geval binnen uiterlijk 2 jaar kan voldoen. De mate van verwijtbaarheid bepaalt de aflostermijn op basis waarvan de hoogte van de boete moet worden vastgesteld. Als uitgangspunt geldt het volgende: opzet aantoonbaar, 24 maanden; grove schuld, 18 maanden; geen opzet en geen grove schuld, 12 maanden; verminderde verwijtbaarheid op grond van de criteria van artikel 2a Boetebesluit of om een andere reden sprake is van verminderde verwijtbaarheid, 6 maanden. 9.. Als fictieve draagkracht per maand wordt 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gehanteerd, ook voor die personen die een uitkering ontvangen op grond van de IOAW of IOAZ tenzij: de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten heeft dan een uitkering en bekend is hoe hoog deze inkomsten zijn, dan wordt de hoogte van de boete vastgesteld door 90% van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering te brengen op het netto inkomen en het verschil bij opzet met 24 te vermenigvuldigen, bij grove schuld met 18 te vermenigvuldigen, bij geen opzet en geen grove schuld met 12 te vermenigvuldigen en bij verminderde verwijtbaarheid met 6 te vermenigvuldigen; of de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten heeft dan een uitkering en géén medewerking verleent om inzicht te geven in de hoogte van de inkomsten, dan bedraagt de boete de maximale boete zoals vastgesteld conform eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde lid en zevende lid. 10.. Boetebedragen worden afgerond naar boven op een veelvoud van €10,- tenzij het boetebedrag daarmee hoger wordt dan het benadelingsbedrag. Dan kan naar beneden worden afgerond op een veelvoud van € 10,-. De maximale wettelijke boete wordt niet afgerond. 11.. Invordering vindt plaats conform de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waarbij rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.

Rechtspraak bij dit artikel