De belasting wordt geheven:
van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en
van degene die, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik heeft van een perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt geloosd, verder te noemen: gebruikersdeel.
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een eigendom in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel ten gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019