Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2019

In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; waarvan kan worden aangetoond dat de hond in bruikleen is gegeven door een blindengeleidenorganisatie, voor het opleiden tot blindengeleidehond voor een blind persoon; waarvan kan worden aangetoond dat de hond in bruikleen is gegeven door een gehandicaptenorganisatie, voor het opleiden tot hulphond voor een gehandicapte; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van het hoofdcomité van het Nederlandse Rode Kruis of van de Nederlands Vereniging van Rode-Kruis-honden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel