1.Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Burgemeester en wethouders mogen leningen uit hoofde van de "publieke taak" uitsluitend verstrekken op voorwaarde dat:
Vóóraf de zienswijze van de gemeenteraad wordt gevraagd als het belang uitgaat boven € 250.000 ;
Financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet mogelijk is;
Betaling van rente- en aflossing redelijkerwijs is verzekerd;
Zoveel mogelijk zekerheden worden gesteld;
De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt;
Op het voor de gemeente geldende marktpercentage een opslag van 0,2% wordt betaald;
De raadscommissie zo spoedig mogelijk wordt geïnformeerd over de verstrekking.
Middelen kunnen worden uitgezet uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico's;
Waar mogelijk wordt bij uitzettingen langer dan een jaar eerst gekeken naar de mogelijkheden tot het beleggen van de middelen bij duurzame fondsen. Waarbij de vergelijking wordt gemaakt tussen “traditionele beleggingen en duurzame beleggingen op het vlak van rendement.
IV Renterisicobeheer