Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
GFT-afval: groente-, fruit- en tuinafval;
PMD-afval: afval bestaande uit plastic verpakkingen, metalenverpakkingen en drankenkartons;
rest-afval: huishoudelijk afval niet zijnde GFT-afval en PMD-afval;
mini-container: de vanwege de gemeente uitgezette inzamelmiddelen, onderverdeeld in de verschillende volumina;
verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten;
grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrij komen, maar die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden;
grof tuin afval: tuinafval dat met enige regelmaat in een huishouden vrij komt, maar dat te groot en/of te zwaar is om op dezelfde wijze als GFT-afval aan de inzameldienst te worden aangeboden;
aanbieden: het ter lediging aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een container ter lediging waarbij het registratiesysteem wordt geactiveerd, alsmede het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een afvalzak in een verzamelcontainer waarbij het registratiesysteem wordt geactiveerd;
maatschappelijke instellingen: organisaties met een maatschappelijke doelstelling, zoals scholen, verenigingen, stichtingen, kerken en begraafplaatsen;
GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle.
Hoofdstuk
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019