Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vastgestelde boetes voor verschillende overtredingen

Onderdeel van Regeling bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Rheden 2018

1.. De boete bedraagt € 325,00 in de volgende gevallen: als het aannemelijk is, dat de aangifteverplichting opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de wet, bewust niet is nagekomen; als de overtreder eerder een overtreding heeft begaan, waarvoor de boete opgelegd kan worden; als de overtreder aan te merken is als gelegenheidsgever in de zin van artikel 4.17 sub b van de wet; als de overtreder onjuiste aangifte heeft gedaan met valse documenten of valsheid in geschrifte heeft gepleegd. 2.. De boete bedraagt € 200,00 in de volgende gevallen: als de aangifteverplichting opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de wet niet is nagekomen en niet aannemelijk is gemaakt, dat hierbij sprake is van het bewust niet nakomen van deze verplichting; als de overtreder geen informatie verstrekt, geschriften overlegt of in persoon verschijnt overeenkomstig het bepaalde in artikelen 2.44, 2.45 lid 1, 2.46, 2.47 en 2.51 van de wet; als de overtreder niet voldoet aan informatie- of zorgplicht jegens ingeschrevene of gemeente op grond van artikelen 2.40 vijfde lid, 2.45 leden 2 tot en met 5 en 2.50 van de wet; bij niet voldoen aan de identiteitsplicht zoals genoemd in artikel 2.52 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel