Naar hoofdinhoud
1.. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming geschiedt voor een periode van maximaal 6 jaar. 2.. De griffie bereidt in overleg met het auditcomité de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering. 4.. De raad kan in het programma van eisen opnemen, dat hij jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole, na overleg met het college, vaststelt: De in het derde lid, onder a en b bedoelde goedkeurings- en rapporteringstoleranties, de posten van de jaarrekening, de gemeentelijke taakvelden en de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden, en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren. 5.. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad met het oog op de selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast. 6.. Een afvaardiging uit het auditcomité kan in het aanbestedingstraject participeren.

Rechtspraak bij dit artikel