1) Het college past de inkomensvrijlating ambtshalve toe.
2) Voor de toepassing van een inkomstenvrijlating dienen de inkomsten uit arbeid tezamen met andere in aanmerking te nemen inkomensbestanddelen niet hoger te zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag.
3) De inkomstenvrijlating is van toepassing op inkomsten uit arbeid die na de ingangsdatum van de uitkering zijn aangevangen.
4) Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid bij aanvang van de uitkering geldt de inkomstenvrijlating vanaf het moment dat er sprake is van een structurele urenuitbreiding van minimaal 5 uur per week.
Artikel 2
Vaststelling vrijlating van inkomsten uit arbeid
Onderdeel van Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ