Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019

1.. Voor de berekening van de precario wordt met betrekking tot een in de tarieventabelgenoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de oppervlakte, tenzij anders is bepaald. 3.. De berekening van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt bepaald op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 5.. Bij het plaatsen op openbare grond van voorwerpen van welke aard ook, uitgezonderd losse bouwmaterialen, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer onttrokken. 6.. Indien, ten behoeve van (ver-)bouwactiviteiten de openbare grond wordt afgesloten door middel van een schutting of bouwhek, wordt de gehele hierbinnen gelegen openbare grond geacht te zijn ingenomen. 7.. Bij het gebruik van letterreclame boven openbare grond wordt bij de bepaling van de oppervlakte de ruimte tussen deze letters mede geacht te zijn ingenomen. 8.. Balkons, erkers, luifels en dergelijke uitbouwsels, kolommen tot ondersteuning daarvan en zonneschermen, tot reclame gebezigd, worden alleen belast voor de door de reclame ingenomen oppervlakte. 9.. De oppervlakte van een (woon)schip wordt bepaald op de grootste breedte maal de grootste lengte (inclusief boegsprieten, vlaggenstokken en stootwillen). 10.. Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast zou kunnen worden, wordt de belasting geheven naar het hoogste tarief.

Rechtspraak bij dit artikel