Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019

1.. De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of indien dit later is, op het tijdstip waarop de belastingplicht aanvangt. 2.. Indien de belastingplicht bij toepasselijkheid van de jaartarieven in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de belastingen verschuldigd naar evenredigheid van het aantal volle kalendermaanden dat na het tijdstip van aanvang van de belastingplicht in dat jaar overblijft. 3.. Indien de belastingplicht bij toepasselijkheid van de jaartarieven in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt op verzoek ontheffing verleend naar evenredigheid van het aantal volle kalendermaanden dat na de beëindiging van de belastingplicht in het jaar overblijft. 4.. Bij toepassing van maand-, week- en dagtarieven wordt geen ontheffing verleend. 5.. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting al dan niet tezamen met andere heffingen aangemerkt als één aanslagbiljet.

Rechtspraak bij dit artikel