1. De belastingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, worden niet geheven ter zake van percelen, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bezinningsbijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - anders dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging.
2. De belastingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van afvalwater dat wordt geloosd op het gemeentelijke rioleringsstelsel en afkomstig is van saneringsprojecten in het kader van bodemverontreiniging.
Artikel 11
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019