**1..** De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie
is ontstaan als bedoeld in artikel 7, onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
van langer dan zes maanden wordt onderbroken.
**2..** Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen
uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van dit
voornemen in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij
in de gelegenheid wordt gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door
de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar te worden
gehoord.