Een aanvraag om een gemeentetoeslag wordt ingediend op een door het college vastgesteld formulier.
Een aanvraag voor gemeentetoeslag kan gedurende het hele jaar worden ingediend;
De gemeentetoeslag wordt uiterlijk 12 weken na de start van de peuteropvang aangevraagd.
Het college besluit op de aanvraag uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
Het college stelt op basis van de inkomensverklaring een voorlopige beschikking op voor de maximale periode van 2 jaar. De ouders/verzorgers worden door middel van de beschikking op de hoogte gesteld over de hoogte van de gemeentetoeslag.
Op basis van de beschikking in de zin van artikel 6, lid 5 verleent het college de gemeentetoeslag en betaalt deze maandelijks als voorschot aan de ouders/verzorgers uit.
Voor ouders van doelgroepkinderen en ouders die in een schuldsaneringstraject via de gemeente zitten of aan het wettelijk schuldsaneringstraject via de WSNP deelnemen, geldt dat de gemeentetoeslag rechtstreeks aan de aanbieder wordt uitbetaald.
Als de peuteropvang wordt beëindigd, overleggen ouders of verzorgers de meest recente inkomensverklaring die op dat moment beschikbaar is bij de Belastingdienst. Elk jaar wordt de nieuwe inkomensverklaring beschikbaar gesteld door de Belastingdienst in juni/ juli van het jaar daarvoor.
Op basis van deze inkomensverklaring stelt het college een definitieve beschikking op en vindt een afrekening plaats indien nodig.
Indien ondernemers niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie (€ 37.910,- tot € 51.562,-), waarbij het recht op herziening is voorbehouden.
De gemeentetoeslag wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in artikel 7, daartoe aanleiding geeft. Indien de peuter na het vierde levensjaar niet direct terecht kan op de volgende school, kan een uitzondering worden gemaakt op het stopzetten van de gemeentetoeslag op de dag dat de peuter vier jaar wordt. Hiertoe beslist het college. Indien besloten wordt een uitzondering te maken, zal de gemeentetoeslag tot maximaal 6 weken na het vierde jaar toegekend worden.
Indien een aanbieder aangeeft dat een ouder die gemeentetoeslag ontvangt voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de aanbieder niet betaalt, dan wordt de gemeentetoeslag aan de ouder stopgezet.
In daartoe aanleiding gevende situaties kan het toeslagbedrag rechtstreeks aan de aanbieder worden overgemaakt.
In alle gevallen waarbij de toeslag rechtstreeks aan de aanbieder wordt uitbetaald, meldt de aanbieder het de overeenkomst bij de gemeente met informatie betreffende
De startdatum van de peuteropvang
Het aantal uren peuteropvang
Het uurtarief
De aard van de opvang (VVE of niet)
Het college stelt op basis van de inkomensverklaring de hoogte van de toeslag en het recht op aanvullende dagdelen VVE vast en betaalt het bedrag uit aan de aanbieder. De aanbieder int de ouderbijdrage bij de ouders/verzorgers.
Ouders van doelgroepkinderen die recht hebben op kinderopvangtoeslag hebben onverminderd de voorwaarde als omschreven in artikel 3 recht op aanvullende dagdelen VVE. De betaling vindt plaats aan de aanbieder, overeenkomstig artikel 6 lid 13.
Artikel 6
Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor peuteropvang
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam