Aanbieders van peuteropvang komen in aanmerking voor een gemeentelijke financiële bijdrage van € 500,- per gerealiseerde doelgroepplaats per jaar. Daarbij moet de omvang van het aanbod zodanig zijn dat de ouders van doelgroeppeuters aan de minimum uren-eis voor VVE kunnen voldoen (minimaal 10 uren).
Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per jaar wordt vastgesteld aan de hand van een door het college vastgesteld evaluatieformulier dat aanbieders dienen in te leveren voor 1 juli van het kalenderjaar volgend op het jaar waarover de gemeentelijke financiële bijdrage wordt aangevraagd. Hierbij worden gegevens opgevraagd waaruit blijkt dat de inzet daadwerkelijk is gerealiseerd.
De gemeentelijke financiële bijdrage van € 500,- per doelgroeppeuter per jaar wordt verrekend naar rato van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. Dat wil zeggen dat als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, er € 200,- toegekend kan worden.
Er wordt gewerkt met een kindvolgsysteem en met een gecertificeerd VVE programma dat als theoretisch goed onderbouwd programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Als een door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie van het Onderwijs (minimale beoordeling ‘2’) kan de aanbieder er voor kiezen deze te gebruiken. In die gevallen wacht de gemeente het oordeel van de Inspectie over het programma af. Indien een erkend VVE-programma aangeschaft wordt, kan de gemeentelijke financiële bijdrage vooraf uitgekeerd worden. In het geval van een niet erkend VVE programma wordt de gemeentelijke financiële bijdrage voor de aanschaf van de methode en materialen pas uitbetaald wanneer de Inspectie een positief oordeel hierover heeft geveld.
Artikel 9
Vergoedingen en gemeentelijke financiële bijdrage VVE voor aanbieders
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam