Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Praktische thuisondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Schagen 2017

1.. Indien de cliënt niet in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met hulp van mantelzorgers of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk een gestructureerd huishouden te voeren, komt hij in aanmerking voor praktische thuiszorgondersteuning. 2.. Praktische thuisondersteuning omvat in ieder geval de volgende activiteiten: het proactief signaleren en in de gaten houden van veranderingen van de zelfredzaamheid, gezondheidssituatie, de leefomstandigheden, en sociale omgeving van de cliënt; het ondersteunen (coachen) van de cliënt bij het oefenen met het aanbrengen (dag)structuur en/of het voeren van regie over eigen huishouden en/of de dagelijkse organisatie van het huishouden. Hieronder wordt verstaan de ondersteuning bij het organiseren, het plannen van huishoudelijke taken, het regelen van lichte administratieve ondersteuning; maaltijdverzorging: opstellen boodschappenlijstje en ervoor zorgen dat de boodschappen in huis komen (bestellen boodschappen via bezorgservice van de (lokale) supermarkt), ondersteuning bij en of het zelf klaarmaken van per dag 2x broodmaaltijd en 1 x warme maaltijd of magnetronmaaltijd; afstemming met ander ondersteuningsaanbod indien aanwezig; het helpen benutten en uitbreiden van de mogelijkheden van het sociaal netwerk, met als doel blijvende inzet te realiseren vanuit dat netwerk, waardoor praktische thuisondersteuning deels kan worden afgebouwd. Hierbij is er oog voor (dreigende) overbelasting van de mantelzorgers. 3.. Het college stelt de noodzaak en omvang van de praktische thuisondersteuning vast op basis van het ‘Normeringsoverzicht Hulp bij het huishouden” en het Protocol gebruikelijke hulp´. Beide documenten zijn als bijlagen aan deze beleidsregels gehecht. 4.. In het geval van overlijden van de cliënt wordt de praktische thuisondersteuning, ongeacht of deze maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb is verstrekt, gecontinueerd tot zes weken na het overlijden. Het vorenstaande is niet van toepassing in het geval er sprake is van een eenpersoonshuishouden.

Rechtspraak bij dit artikel