Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezigen dan de leden, de wethouders, de griffier en de secretaris gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over al dan niet geagendeerde onderwerpen.
Het spreekrecht voor andere aanwezigen geldt niet voor de volgende onderwerpen van de agenda:
advies van een commissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de raadsvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng aan de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 11a
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Borsele 2018