1 Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezigen dan de raadsleden, voorzitter, griffier en portefeuillehouder(s), het woord voeren over geagendeerde onderwerpen, teneinde aan de raad (extra) informatie te verschaffen.
2 Dit spreekrecht geldt niet voor de volgende onderwerpen van de agenda:
een onderwerp, dat met spreekrecht voor burgers is behandeld in een openbare vergadering van een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;
een onderwerp, dat tevoren met spreekrecht voor burgers in een openbare raadsvergadering voor beraad aan de orde is gesteld;
een onderwerp, waartegen betrokkene bij het college of bij de raad een bezwaarschrift op voet van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend of had kunnen indienen of waartegen betrokkene – na desbetreffende besluitvorming van de raad - een bezwaarschrift op voet van de Algemene wet bestuursrecht kan indienen of waartegen voor betrokkene beroep op de rechter openstaat;
benoeming(en), keuze(n), voordracht(en) of aanbeveling(en) van persoon/personen.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk ’s morgens 10.00 uur op de aanvangsdag van de raadsvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres en telefoonnummer.
Voor de toepassing van dit spreekrecht kan het presidium nadere regels stellen. Nadere regels worden aan de raad medegedeeld.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 17