Naar hoofdinhoud
1 De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2 In de raadsvergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3 Indien door een of meer raadsleden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4 De voorzitter, of de griffier, roept de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5 Bij hoofdelijke stemming is ieder ter raadsvergadering aanwezig raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 6 De raadsleden brengen hun stem uit door het woord ”voor” of ”tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7 Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zichheeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 9 In plaats van een stemming kan de voorzitter het gevoelen van de raad peilen door middel van handopsteken van de raadsleden. Heeft een raadslid zich bij het handopsteken vergist, dan kan hij deze vergissing niet herstellen. Wel kan hij aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag brengt dit echter geen verandering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel