**1.** Om voor benoeming als wethouder in aanmerking te komen dienen de kandidaat wethouders te voldoen aan de voorschriften, zoals die vermeld staan in de Gemeentewet, waarbij het gaat om:
benoembaarheidsvereisten, als bedoeld in de artikelen 35, 36a en 10 Gemeentewet;
onverenigbare functies, als bedoeld in artikel 36b Gemeentewet;
nevenfuncties, als bedoeld in artikel 41b en 12 Gemeentewet;
tevens dient een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens te worden overgelegd.
**2.** De raad stelt een commissie “benoembaarheidsvereisten wethouders” in, bestaande uit vier raadsleden, die toetst of aan de vereisten, als bedoeld onder lid 1 wordt voldaan dan wel de daartoe vereiste documenten zijn overgelegd.
**3.** De commissie brengt na haar toetsing schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. De commissie maakt in het verslag ook melding van een minderheidsstandpunt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6b