Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Samenstelling en benoeming

Onderdeel van Verordening auditcommissie

De auditcommissie bestaat uit ten minste vier leden. Van elke in de raad vertegenwoordigde fractie kan maximaal één raadslid in de auditcommissie worden benoemd. De benoemde raadsleden moeten een redelijke afspiegeling van de raad vormen; ten minste één raadslid moet komen uit een niet in het college van burgemeester en wethouders vertegenwoordigde partij. De leden worden door de raad benoemd. De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. Het lidmaatschap van de auditcommissie vervalt door het verlies van de hoedanigheid van raadslid, door ontslagname, of door een met redenen omkleed besluit van de raad. Indien door een vacature het aantal leden onder het in het eerste lid benoemde minimum is gekomen, voorziet de raad onverwijld in de ontstane vacature. Leden van de auditcommissie worden bij afwezigheid niet vervangen. De auditcommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. De auditcommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die door de griffier wordt aangewezen. De auditcommissie wordt ondersteund door adviseurs, zoals de directeur financiën, de adviseur belast met de coördinatie van de beleidscyclus, de adviseur interne controle en de accountant.

Rechtspraak bij dit artikel