Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres Alphen aan den Rijn 2018

1. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: a. een geldig identiteitsbewijs; b. een ondertekende schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; c. een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een ondertekende schriftelijke verklaring van instemming van degene of de gemachtigde van de aangewezen rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden; d. een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid; e. een verklaring van het Serviceplein van de gemeente Alphen aan den Rijn, waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is opgesteld, dat er een contactpersoon van de gemeente is en toestemming van ‘De Stichting Aandachtscentrum Het Open Venster’, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub a en b; f. een huur- of koopcontract van de nieuwe woning, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub c; g. een proces verbaal, of een kopie, van de aangifte van vermissing van de persoon en stukken waaruit blijkt dat persoon is geregistreerd in het Centraal Register Vermiste Personen, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub d; h. een ondertekende werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel, waaruit blijkt dat er sprake is van een ambulant beroep, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub e; i. eigendomsakte van het voer- of vaartuig en stukken waaruit verblijf op verschillende verblijfsplaatsen binnen Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub f; j. bewijsstukken waaruit ten hoogste 4 maanden verblijf in Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub g; k. een ondertekende werkgeversverklaring of uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit verblijf in het buitenland korter dan 2 jaar blijkt en de thuishaven van het schip, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub h; l. een ondertekende schriftelijke verklaring van de instelling, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, tweede en derde lid. m. een ondertekende schriftelijke verklaring van de burgemeester waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, vierde lid. 4. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan één gezinshuishouden en één alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. 5. Lid 4 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel