**1..** Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
**2..** Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
**3..** Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.
**4..** In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.
**5..** Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de artikelen 2:1, 2:10, 2:22, 2:25, 2:28, 2:28B 2:29, 2:34E, 2:39, 2:60, 2:72, 3:4, 3:12, 4:6, 4:18, 5:2, 5:3, 5:11, 5:15, 5:18, 5:23 en 5:33 in deze verordening.
**6..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is wel van toepassing op de artikelen 2:6, 2:11, 2:67, 4:11, 5:6, 5:7, 5:8, 5:13 en 5:16 in deze verordening.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:2