**1..** De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve, vrijstelling van het verbod genoemd in artikel 2:28 eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling (14 juni 2017) geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan zowel ten aanzien van de ondernemer en/of in of bij de inrichting. De burgemeester verleent geen vrijstelling van het verbod als genoemd in artikel 2:28 eerste lid indien niet voldaan wordt aan de in artikel 2:28a derde lid gestelde eisen.
**2..** De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid of niet voldaan wordt aan de in artikel 2:28a derde lid gestelde eisen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2:28B