Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vijf leden. 2.. De voorzitter en de leden worden door het college en het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. 3.. De commissie wijst ten minste één van haar leden aan als plaatsvervangend voorzitter. 4.. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de bestuursorganen van de gemeenten en de BWB. 5.. Het college en het bestuur wijzen een secretaris van de commissie aan.

Rechtspraak bij dit artikel