Naar hoofdinhoud
a. De voor het doen van aangifte te stellen termijn en de voor de aanmaning tot het doen van aangifte in acht te nemen termijn belopen tenminste veertien dagen; b. De belastingplichtige, aan wie niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die maand bij burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet

Rechtspraak bij dit artikel