Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2019

1. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel dat uitsluitend in gebruik is als een woning. 2. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel waarvan enkel hemelwater afvloeit. Met dien verstande dat voor een perceel dat dienstbaar is aan een woning (een zelfstandig WOZ-object met de objectsoortcode 1700 en 1800) geen aanslag wordt opgelegd. 3. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater per perceel dat vanuit het perceel wordt afgevoerd dat niet of niet uitsluitend in gebruik is als woning. 4. Het aantal kubieke meters afvalwater bedoeld onder lid 3 wordt gesteld op het aantal kubieke meters dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 5. Het aantal kubieke meters water wordt verkregen door de verbruiksgegevens op te vragen bij de watermaatschappij die deze gegevens registreert en/of door middel van een door de belastingplichtige in te vullen aangifte. 6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel