Voor de toepassing van de tarieven:
a. geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig, het aantal tonnen van een vaartuig zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
b. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte, mits deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
c. wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals die blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
d. wordt de oppervlakte van een ligbox voor een vaartuig berekend door de lengte te vermenigvuldigen met de breedte van de box, waarna rekenkundig wordt afgerond op een volle eenheid;
e. wordt, in afwijking van het in de onderdelen a tot en met c bepaalde, het laadvermogen in tonnen dan wel de grootste breedte en/of de lengte over alles ambtshalve vastgesteld indien de in de onderdelen a tot en met c bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt;
f. wordt ingeval geen duidelijke ligboxafscheiding zichtbaar is de ligboxoppervlakte als volgt gedefinieerd:
1. bij een bootlengte tussen 12 en 15 meter en bootbreedte tussen 4,5 en 5,5 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 82 m²;
2. bij een bootlengte tussen 10 en 12 meter en bootbreedte tussen 4 en 4,5 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 54 m²;
3. bij een bootlengte tussen 7 en 10 meter en bootbreedte tussen 3 en 4 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 40 m²;
4. bij een bootlengte tussen 6 en 7 meter en bootbreedte tussen 2,5 en 3 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 21 m²;
5. bij een bootlengte minder dan 6 meter en bootbreedte minder dan 2,5 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 15 m².
g. wordt een gedeelte van een eenheid van inhoud, van massa, van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.