Naar hoofdinhoud

Artikel 5

geheimhouding

Onderdeel van Verordening op de vertrouwenscommissie 2018

1.. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim en dit wordt op de stukken vermeld. 2.. De voorzitter van de commissie wijst bij de benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet. 3.. De voorzitter legt bij de herbenoemingprocedure en bij klankbordgesprekken in elke vergadering en elk gesprek, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, de commissie geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het gesprek. 4.. De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden die geen zitting (meer) hebben in de commissie en aan anderen, behoudens het bepaalde in de artikelen 9, vierde lid, 10, tweede lid, en 11 van deze verordening, geen inzage in, of informatie over de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt. 5.. De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede lid, en 14 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. 6.. De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de Gemeentewet, respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe het derde lid van dit artikel verplicht, niet opheffen. 7.. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht. 8.. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en indien van toepassing de adviseur(s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel